Waarom doet Nederland niet aan crosscountryskiën?

Oksana Masters. Foto: Jeon Han

Tien paralympische wintermedailles won Nederland in het verleden met nordic skiën, of, zoals het officieel heet: crosscountryskiën. Toch doen we sinds 2002 niet meer mee aan langlaufen en biatlon. De Amerikaanse Oksana Masters – tot nu toe goed voor zilver en brons in Pyeongchang – vindt dat maar vreemd.

Curling, ijshockey; die sporten hebben we in de sportgeschiedenis nóóit gedaan op de Paralympische Winterspelen. Maar crosscountryskiën deden we in het verleden wel. In 1994, 1998 en 2002 bezorgde Marjorie van de Bunt Nederland eigenhandig tien paralympische medailles in langlaufen en biatlon: 2 goud, 4 zilver en 4 brons. Sinds Salt Lake City zijn we er niet meer bij.

‘Too bad’
Zittend, staand of visueel beperkt, het kan allemaal. In ons vlakke landje kun je bovendien prima trainen. Als er sneeuw ligt, of ’s zomers op wieltjes. Maar we doe niet mee. En dat is, om met meervoudig medaillewinnaar Oksana Masters te spreken, too bad. “Jullie hebben in Nederland ontzettend goede handbikers en wheelers. Die sporten zijn ideaal te combineren met nordic skiën. Waarom doen jullie dan niet mee?”, vraagt de zitlanglaufster zich af. Letten jullie op Jetze Plat, Geert Schipper en Kenny van Weeghel? Oksana heeft het over jullie!

Fysiek en mentaal
De geboren Oekraïense won in haar carrière twee zilveren en drie bronzen medailles. Drie in crosscountryskiën, één in de biatlon en eentje tijdens de Zomerspelen van 2012 in het roeien. “Na die Zomerspelen kreeg ik de kans om het uit te proberen tijdens een skikamp. Ik kon nog geen honderd meter skiën zonder te vallen, maar ik was toch direct verliefd op de sport. Eén van de leukste dingen vind ik dat de omstandigheden altijd anders zijn. Zelfs van start tot finish kan het anders zijn. In de eerste ronde een ijzig parcours, een rondje later veel zachtere sneeuw. Dan moet je echt zoeken naar de snelle sneeuw. Wie daar het best mee omgaat, wint. Het is fysiek zwaar en ook mentaal vraagt het veel.”

Rompfuncties
De 28-jarige Amerikaanse kan in tegenstelling tot een aantal concurrenten al haar rompfuncties nog gebruiken, maar verreweg de meeste kracht komt uit haar armen. “Zeker op de klimmetjes vraagt het ontzettend veel”, erkent ze. “Eigenlijk van je hele lijf.” En bij biatlon is het volgens Masters nog veel competitiever. “Daar kan echt alles gebeuren. Als je goed skiet, maar vervolgens slechts schiet, kun je zomaar een paar plaatsen zakken. En andersom kun je met een goede schietbeurt ook zomaar weer aan kop liggen. Uithoudingsvermogen, kracht – fysiek en mentaal, beheersing over je lichaam, de rust vinden om gericht te schieten; je hebt het allemaal nodig.”

(Tekst: Robin Wubben/ParaWatcher)

Facebook Twitter Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *