Paralympische taalbarrières: “Bellissimo, joahyo, good, bol’shoy!”

Foto: Sunjoo Kim

Een Rus, twee Italianen, een Canadees en een Zwitser zijn op de Paralympische Spelen … Het klinkt als het begin van een slechte grap. Niets is echter minder waar: het is een meer dan serieuze zaak. Het zijn de waxmannen en de coach van de Zuid-Koreaanse crosscountry-skiërs. Hun doel: het gastland aan hun eerste paralympische medailles in deze zware sport helpen. En dat is inmiddels gelukt, met brons voor Eui Hyun Sin op de 15 kilometer crosscountry.

Hun eerste uitdaging was echter een gezamenlijke taal vinden, zodat ze elkaar begrijpen. De Italiaanse waxmannen, Alessandro Fabrizi en Luigi Varrone, kennen één woord Russisch: spasiba. Het betekent dankjewel. Het aantal Italiaanse woorden dat hun Russische collega Lev Kolokolov kent, is eindeloos. Met een dik accent somt hij op: “Bellissimo, bravissimo, applausi, grazie mille, allora, perche.”

Sinds begin januari werken de drie samen. De drie waxmannen zijn verantwoordelijk voor de ski’s van de zes Zuid-Koreaanse crosscountryskiërs, die ook op de biatlon in actie komen. De sporters worden gecoacht door de Canadees-Zwitserse Kaspar Wirz. De dagelijkse taken van Kolokolov, Fabrizi en Varrone behelzen eindeloze uren ski’s verzorgen en waxen. En testen op het parcours van het Alpensia Biatlon Center.

Vijftig protsent
Er worden veel talen gesproken, maar meestal beperkt dat zich tot zinnen van één, twee woorden. “Met Kaspar praten we Engels, meestal Duits”, zegt Fabrizi. “Engels, Duits, Italiaans en soms Russisch met Lev. Spasiba, niet? We begrijpen elkaar erg goed, omdat Lev goed Italiaans spreekt.”

“Vijftig protsent”, vult Kolokolov aan in het Russisch. “Nee, zeventig. Zeker zeventig procent. Bravissimo”, corrigeert Varrone. Onderling begrijpen ze elkaar, maar de communicatie met de sporters is een stuk lastiger. Ze kunnen de Koreaanse woorden die ze kennen op één hand tellen. “Kamsahamnida, annyeonghaseyo, palle, palle”, telt Kolokolov. “Joahyo betekent goed. Cheoncheonhi is langzamer. Eet smakelijk? Nee, dat is onmogelijk. Niet te leren.”

Good, no good
Alleen Jeong Min Lee spreekt Engels. De anderen beperken zich tot handgebaren. “Soms zou het fijn zijn om een beetje feedback te krijgen”, zegt Fabrizi. “Ze steken hun duim op, of zeggen ‘good, good, no good’.” Kolokolov vult aan: “En mij noemen ze geen Lev maar Lefo. Het is een vreselijk moeilijke taal.”

Eigen schuld
Hoe belangrijk is het werk dat de drie doen? “Elke dag is het werken, werken, werken”, zegt Kolokolov. “Het is jammer dat niemand ons ziet, niemand ons werk kent en tóch alles afhankelijk is van ons. Elke gouden medaille, überhaupt elke medaille, is het resultaat van hels werk van de waxmannen. Als een sporter slecht presteert, zijn wij de eersten die de schuld krijgen.”

Niet in het Zuid-Koreaanse team. Ondanks de taalbarrière hebben waxmannen en sporters een goede band. De zes sporters waarderen zijn werk. “Daar hou ik wel van”, zegt de Rus. “Hun mentaliteit is hetzelfde als van ons Russen. Als ze verliezen, accepteren ze dat. Zoals de Russen. Wij geven niemand de schuld. Alleen onszelf.”

Foto: Sunjoo Kim

(Tekst: Robin Wubben/Parawatcher)

Facebook Twitter Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *