Afspraken over banen voor mensen met arbeidsbeperking onder druk

Foto door Herman Maatkamp

Tegenvallende resultaten zorgen ervoor dat werkgevers bij de overheid niet meer content zijn met het ­banenplan voor mensen met een arbeidsbeperking. Ze stonden zelf aan de wieg van de wet, maar ervaren nu knelpunten. Zo vinden ze het niet eerlijk dat de overheid een grotere opdracht heeft gekregen dan de marktsector.

De werkgevers bij gemeenten, provincies, onderwijs, waterschappen, politie en ministeries willen af van verschillende doelen voor het bedrijfsleven en de publieke sector. De marktsector moet in tien jaar 100.000 banen creëren voor mensen die vanwege een handicap of aandoening niet zelfstandig het minimumloon kunnen verdienen. De overheid 25.000.

Andere spelregels
Deze opdracht is “onevenwichtig”, vindt het Verbond Sectorwerkgevers Overheid (VSO) die de coördinatie van het banenplan op zich neemt. In een brief aan informateur Gerrit Zalm vragen ze om andere spelregels. Zo wil het VSO dat er voor het bedrijfsleven en de overheid één doel komt. Dus 125.000 banen voor de hele ‘BV Nederland’.

Er werken in de marktsector acht keer zoveel mensen als in de publieke sector. Dan is het niet eerlijk, aldus VSO, dat het bedrijfsleven geen acht maar vier keer ­zoveel mensen met een beperking in dienst moet nemen dan de overheid. “Dat onderscheid kent geen enkele objectieve grond”, schrijft VSO-voorzitter Sietske Pijpstra aan Zalm.

Uitbesteding
Bovendien zijn de markt en de overheid geen strikt gescheiden sectoren, meldt Pijpstra. De overheid heeft de afgelopen jaren veel ondersteunend werk zoals catering, schoonmaak en groenvoorziening uitbesteed aan marktpartijen. Deze werkzaamheden kunnen goed gedaan worden door mensen met een licht verstandelijke beperking. Nu tellen echter veel keukenhulpen niet mee voor de overheid, stelt VSO.

“Het is toch niet gewenst om –enkel ten behoeve van de banenafspraak – de uitbesteding van dit werk weer terug te draaien”, klinkt het dreigend in de brief. Op verzoek van minister Lodewijk Asscher van sociale zaken worden trouwens schoonmakers alweer ­geleidelijk in dienst genomen bij de overheid. Daartoe besloot Asscher omdat hij de arbeidsvoorwaarden van schoonmakers die ingehuurd worden, niet acceptabel vindt.

Meer bezwaren
Het VSO heeft nog meer bezwaren tegen de huidige Wet banenafspraak. Een wet die voortvloeit uit het sociaal akkoord van 2013 dat werkgevers, vakbonden en de overheid met elkaar sloten. In de uitwerking ervan heeft staatssecretaris Jetta Klijnsma van sociale zaken gesteld dat de overheidssector het doel al in 2024 moet halen terwijl de markt twee jaar langer de tijd krijgt, tot 2026. Ook niet eerlijk, zegt VSO nu in de brief.

Een ander knelpunt dat de werkgevers noemen, is het feit dat een arbeidsbeperkte die zich positief ontwikkelt, op een gegeven ­moment buiten de telling kan vallen. Als een werknemer met een aandoening bijvoorbeeld twee jaar lang zonder hulp of subsidie het minimumloon verdient, telt hij niet meer mee voor het banenplan. VSO pleit ervoor dat alle werknemers die ooit vanuit de doelgroep bij een werkgever zijn gestart blijven meetellen tot 2026. “Het telkens opnieuw invullen van vrijgekomen plekken en het voldoen aan de jaarlijks te realiseren extra banen trekt een zware wissel op het behalen van het doel”, schrijft Pijpstra. Al kan dat aspect nu nog geen enkel excuus zijn voor het niet halen van de ambitie van 2016. Ze zijn immers nog maar net twee jaar aan de slag.

Iets meer dan de helft
De overheid moest vorig jaar 6500 extra banen creëren. Ze haalde iets meer dan de helft, daar waar het bedrijfsleven het tussendoel makkelijk haalde. De marktsector zorgde voor bijna 19.000 ­banen terwijl 14.000 moest. In 2026 moeten er in totaal – bij overheid en bedrijfsleven – ruim 200.000 banen voor mensen met een beperking zijn.

(Bron: Trouw)

Facebook Twitter Email

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *